Toerisme-online

 

Gemeente Oudenaarde

         

Plaatsen in Oudenaarde

   

 

Oudenaarde

Oudenaarde (Frans: Audenarde) is een stad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. De stad ligt even ten zuiden van Gent en telt ongeveer 28.800 inwoners. Eertijds was de stad in heel Europa bekend om haar wandtapijtenproductie, een nijverheid die haar bloeiperiode meemaakte in de zestiende eeuw, maar nog bleef voortduren tot in de achttiende eeuw. Vandaag wordt de stad wel eens de parel van de Vlaamse Ardennen genoemd. Naast de stad Oudenaarde zelf behoren ook de deelgemeenten Bevere, Edelare, Eine, Ename, Heurne, Leupegem, Mater, Melden, Mullem, Nederename, Volkegem en Welden tot de fusiegemeente Oudenaarde.

Bezienswaardigheden
In Oudenaarde zijn er meer dan honderd beschermde monumenten. Een daarvan staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO, namelijk het het stadhuis als een van de belforten in België en Frankrijk. Het Begijnhof, als een van de Vlaamse begijnhoven is niet geklasseerd.
Oudenaarde is in de eerste plaats befaamd om zijn stadhuis, dat bekend staat als schoolvoorbeeld van Brabantse laatgotiek. Het stadhuis en de belendende lakenhal werden opgetrokken tussen 1525 en 1536 door de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede. Als bouwsteen diende Balegemse steen, maar bij recente restauratie zijn de sculpturen op de torens vervangen door replica’s in een Noord-Franse steen, die beter bestand zou zijn tegen luchtvervuiling door zure regen. Op de spits van het stadhuis staat een bronzen beeld van de plaatselijke volksheld Hanske de Krijger. Binnenin het gebouw is tegenwoordig een museum ondergebracht, waar wandtapijten en zilverwerk worden tentoongesteld.
De gotische Sint-Walburgakerk werd herbouwd rond het jaar 1150 nadat een eerdere kerk in 1126 deels verwoest werd bij een brand. Aan de oorspronkelijke kerk herinnert thans alleen nog het koor in Scheldegotiek, dat van de ramp gespaard bleef. Omstreeks 1620 bouwde meester Simon de Pape een barokke kapconstructie aan de gotische torenspits. De kooromgang werd uit Doornikse zandsteen vervaardigd, terwijl voor de recentere delen ook Balegemse steen werd gebruikt. De kerk is rijk aan beeldhouwwerken, schilderijen en verdures.
Tegenover de Sint-Walburgakerk ligt de stadsbibliotheek. Dit classicistische bouwwerk dateert uit de achttiende eeuw en wordt soms het „Vleeshuis” genoemd, omdat de Oudenaardse slagersgilde er eertijds haar onderkomen had. Het Vleeshuis werd gebouwd ter vervanging van een oudere overdekte vleesmarkt uit de veertiende eeuw.
Verderop aan de rechteroever van de Schelde staat de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele, die tussen 1234 en 1300 werd opgetrokken door Arnulf van Binche. Het bouwwerk geldt als typevoorbeeld van Scheldegotiek; exemplarisch zijn onder meer de nog zeer romaans aandoende vensters en kooromgang, terwijl de zuilengalerij boven het middenschip al duidelijk gotische kenmerken vertoont. Zeer kunstig zijn ook de hoektorentjes van deze dertiende-eeuwse kerk.
Verder telt de stad vier bruggen over de Schelde. De meest opmerkelijke daarvan is de Ohiobrug in Nederename. Ze werd gebouwd in opdracht van de Amerikaanse staat Ohio als compensatie voor de oorspronkelijke brug, die verwoest werd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan weerszijden van het bouwsel staan twee gebeeldhouwde bizons. Daarnaast herinnert in de binnenstad ook een herdenkingszuil voor gevallen Amerikaanse infanteriesoldaten nog aan de Eerste Wereldoorlog. Het monument van Tacámbaro werd dan weer opgericht ter nagedachtenis aan Oudenaardse strijders die sneuvelden tijdens de Franse interventie in Mexico.
Andere bezienswaardigheden zijn onder meer het geboortehuis van Margaretha van Parma en de aanpalende negende-eeuwse Boudewijnstoren, het middeleeuwse begijnhof van Oudenaarde, de abdij van Maagdendale, het Bisschopskwartier, het Huis de Lalaing, het neoclassicistische Kasteel Liedts en het spoorwegstation in belle époquestijl.
Verder zijn er een aantal musea: Het Centrum Ronde van Vlaanderen; De expositieruimte voor lokale kunstenaars in het oude spoorwegstation; Het provinciaal archeologisch museum in Ename; Sint-Salvatorabdij: Het stadsarchief in de abdij van Maagdendale; Het wandtapijtenmuseum en de zilvercollectie in het stadhuis; Huis de Lalaing. 

LEOPOLD HOTEL: Verblijf in het eerste boetiekhotel van de Vlaamse Ardennen, Leopold Hotel Oudenaarde. De stijlvolle kamers zijn voorzien van een flatscreen televisie, telefoon, airconditioning, koffie- en theefaciliteiten en gratis Wi-Fi. Iedere kamer beschikt over een eigen badkamer met een toilet, douche en föhn. In de ochtend staat er een Amerikaans ontbijtbuffet voor je klaar. Het hotel beschikt niet over een eigen restaurant, maar in het centrum zijn er veel restaurants waar je kunt genieten van je diner en een heerlijk Vlaams biertje. Geniet van een snack of een drankje in de bar van het hotel..... meer info bij HotelSpecials
 

CAMPING PARK OUDENAARDE: De Vlaamse Ardennen, een schilderachtig stukje ‘Groen Vlaanderen’, bieden een unieke mix van natuur en cultuur. Weidse panorama’s, beboste heuvels, pittoreske watermolens, romantische kasteeltjes en liefelijke dorpjes met authentieke cafeetjes verrassen steeds weer. Al wandelend of fietsend word je getrakteerd op een steeds wisselend landschap en unieke hoekjes natuurschoon. Camping Park Oudenaarde ligt ook zeer gunstig voor bezoeken aan de steden Brugge, Gent en Brussel. Deze drie topsteden in Vlaanderen moet u toch écht eens gezien hebben. Ook voor de kinderen is het aangenaam vanaf de camping: tussen de 'uitjes' door kunnen ze heerlijk samen spelen en zwemmen met andere kinderen op de camping. De camping ligt ca. 2 km ten westen van de plaats Oudenaarde. Oudenaarde ligt ca. 30 km ten zuiden van Gent, ca. 60 km ten zuidoosten van Brugge en ca. 60 km ten westen van Brussel.

RECHT OP 'T STADHUIS: Dit prachtige en ruime appartement is gelegen op de markt in Oudenaarde. Het appartement biedt uitzicht op het Stadhuis en ligt dus in het hart van het historische centrum. Je ziet vanuit het raam het bruisende leven op de markt. Toeristen maar ook mensen die hier wonen wandelen allemaal voorbij om het prachtige centrum te bezichtigen of voor een van de vele winkeltjes in de winkelstraat. In de avond is de markt en het Stadhuis prachtig verlicht en is het een lust voor het oog. Oudenaarde zelf kent meer dan 100 geklasseerde monumenten, zoals De Sint Walburgakerk, de kleine martk, bakermat van de stad, het oude O.L.V. hospitaal en het begijnhof. Dankzij de fantastische ligging kun je dit allemaal te voet of op de fiets gaan bezichtigen. Tijdens de zomermaanden hoor je op een van de vele terrasjes de beiaard spelen. Ook de omgeving van Oudenaarde leent zich perfect voor een heerlijke vakantie. In de Vlaamse Ardennen kun je heerlijke wandel- of fiets tochten maken. Leuke steden om te bezoeken zijn Kortrijk en Gent.... meer info bij Chalet.nu

Op de linker- en rechteroever van de Schelde, 25 km ten zuiden van Gent, ligt Oudenaarde. De stad heeft een rijke historie en was van belang als stad der laken- en tapijtwevers. De kruisbasiliek van Onze-Lieve-Vrouwe-van-Pamel, een der zuiverste voorbeelden van Scheldegothiek, werd gebouwd door Arnold van Binche en omvat onder meer een koor met kooromgang (1234-1243), schip, transept en vierlingtoren (eind 13de eeuw), een verlengde noorderkruisbeuk (14de eeuw) en twee zuiderkapellen (1524). De hoofdkerk, Sint-Walburga, heeft een hallenkoor (ca. 1250) in vroegere Scheldegothiek. Het overige deel van de kerk werd in Brabantse gothiek gebouwd. Van de voormalige cistercienzerabdij 'Maagdendale' resteren de vroeg-gotische kapel (13de eeuw) en een deel van de 17de-eeuwse gebouwen. Verder zijn nog te noemen: het laat-gotische Stadhuis (16de eeuw), met op de middentoren de keizerskroon en daar weer bovenop een krijgsman met een banier. De vroeg-gotische Lakenhalle (eerste helft 13de eeuw, gewijzigd in de 18de eeuw). De Boudewijnstoren (11de eeuw) is een rest van de stadsomwalling. In de stad zijn rond de Markt een aantal opmerkelijke huizen, waaronder het Huis van Margaretha van Parma, die er werd geboren. Rond Oudenaarde ligt een kring van dorpen, die allen wel iets bezienswaardigs hebben te bieden: Bevere (Vierschaar), Eine (Sint-Elooiskerk - romaans en gotisch), Leupegem (romaans Schipperskerkje), Mater (wind- en watermolen), Mullem (romaans-gotische kerk van St.-Hilarius), Nederename (oudste kerk van Groot-Oudenaarde), Valkgem (romaans-gotische kerk). In de stad en de dorpen leeft nog de foklore: Adriaan Brouwer (hier geboren)- bierfeesten tijdens het laatste weekeinde in juni, schuttersfeesten op de tweede zondag in augustus, bedevaarten in de meimaand en kermissen. Befaamd is het kriekbier. Het stadhuis, de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele en de Sint-Walburgakerk blijven toppers. Toch biedt de Scheldestad een rijkdom aan kleinere monumenten die elk hun rijke en bewogen geschiedenis vertellen. De stad heeft meer dan 100 geklasseerde monumenten. De historische stadswandeling brengt je langs kleine verscholen hoekjes en minder gekende bouwwerken. Maar niet alleen verscholen stenen genieten onze aandacht, gezellig flaneren langs de Scheldekaaien en een adempauze in het stadspark staan op het programma.
 

We gaan er geen wedstrijd van maken, maar het stadhuis van het Belgische Oudenaarde valt zonder de geringste twijfel in de top tien als er eens een ranglijstje zou worden gemaakt van de wijze waarop de vroede vaderen van steden zijn gehuisvest. Wat een pracht. Ik krijg de indruk dat het ter gelegenheid van mijn komst nog zeer onlangs is opgepoetst, want het glimt je tegemoet. Kenners zeggen dat het lijkt op de raadhuizen van Brussel of Middelburg, omdat het nu eenmaal een menselijke gewoonte is onmiddellijk vergelijkingen te maken en niet tevreden te zijn met de constatering dat iets op zich opzienbarend fraai is. In Oudenaarde hebben we te maken met een van de mooiste voorbeelden van Brabantse laatgotiek. Onder leiding van bouwmeester Hendrik van Pede werd het van 1525 tot 1530 gebouwd. Centraal staat de belforttoren met de keizerlijke (Karel V) kroon en daarbovenop het beeld van Nanske de Krijger. Binnen is onder meer de VVV gevestigd en dat vind ik altijd een pluspunt. Want met de plekken waar een stad of streek zijn bezoekers denkt te ontvangen is nogal wat mis. Niet zelden heeft men niet eens een eigen kantoor(tje) ter beschikking en laatst was ik eens ergens waar slechts een klein hoekje van de supermarkt voor toeristeninformatie was afgeschermd, zodat je tegelijk met de fietsroute een onsje oude kaas kon bestellen. Twee vliegen in één klap zult u zeggen, maar zo hoort het natuurlijk niet. Het komt door het onuitroeibare gedonderjaag over de vraag wie de kosten op zich moet nemen. In sommige plaatsen komen die centen (deels) uit de gemeentekas. Elders gaat men ervan uit dat de horeca, die immers aan de toeristen verdient, er maar voor moet opdraaien en weer ergens anders gaat men zo'n beetje met de bedelnap rond. Daar komt bij dat veel ondernemers, zoals strandtenthouders niet eens de moeite nemen om lid van de VVV te worden, omdat ze het zelf allemaal wel uitmaken. Goed, dit moest even. In Oudenaarde hebben ze hun zaakjes in ieder geval goed op orde en kan je aan de hand van het leerzame werkje 'Een wandeling langs verscholen stenen te Oudenaarde' een mooie en historische omgang maken. Omdat je er toch al bent, kan worden begonnen met een bezoek aan het Stedelijk Museum dat in het gemeentehuis is gevestigd. Het herbergt tal van kunstschatten, waaronder schilderijen, meubelen, houten beelden uit de zestiende eeuw en nog veel meer. Tegen het stadhuis leunt de Lakenhalle die er nog eerder was en uit de dertiende eeuw dateert. Hier treffen we de 'verdures', de typische Oudenaardse wandtapijten. En daarmee hebben we tevens een van de belangrijkste bouwstenen van Oudenaarde in handen. Eerst was de stad bekend om zijn lakenindustrie en de inwoners van Gent die dezelfde stiel uitoefenden waren die concurrentie zo beu dat ze Oudenaarde een paar keer probeerden te veroveren. Men gaf niet thuis. Of juist wel natuurlijk. Van de vijftiende tot de zeventiende eeuw was het echter voornamelijk de tapijtweverij die de faam van Oudenaarde ver buiten de landsgrenzen bracht. Lodewijk XIV hoorde er ook van en was zo onder de indruk dat hij de bekendste wevers voor veel geld wegkocht, onder wie Jan Gobeelen, naar wie de in koninklijke werkplaatsen gemaakte 'gobelins' werden genoemd. In Oudenaarde kon het gemis aan de topkrachten niet of nauwelijks worden opgevangen en zo verviel een industrie waarin in de toptijd 20.000 mensen werk vonden. Denk eens in, twintigduizend arbeiders in een stad die nu nog slechts 7000 inwoners telt.

Lodewijk de Veertiende was overigens niet de enige vorst die de geschiedenis van Oudenaarde beïnvloedde. Karel V (die van de kroon op het stadhuis) kwam ook eens langs en viel als een baksteen voor de burgeres Jeanne van Geynst, uiteraard dochter van een tapijtwever. Uit de relatie ontsproot een dochter die onder de naam Margaretha van Parma als landvoogdes wel degelijk van groot belang is geweest voor de Nederlanden. Hoewel Margaretha in Brussel werd opgevoed, laat Oudenaarde zich deze grote naam uit de geschiedenis natuurlijk niet ontnemen en op de Markt 41 is dan ook het huis dat haar naam draagt en waarin ze zou hebben gewoond. Mijn plan om nog iets verder in de voetsporen van deze doorluchtige dame te treden wordt gedwarsboomd door het feit dat de bouwvakkers het hier vandaag volledig voor het zeggen hebben. En niet alleen vandaag. De zaken worden bij deze restauratie zo ferm aangepakt dat het nog wel even zal duren voordat de gevel weer in volle fraaiheid pronkt. Je zou het in eerste instantie niet zeggen, maar Oudenaarde is wel degelijk een Scheldestad zonder dat zich er overigens echte havenactiviteiten voordoen. Op de rechteroever kan je ook een paar passen zetten en is de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamela niet te missen. De bouw begon in 1234 en de originele plaat met het aanvangsjaar is nog op de koormuur te zien. Onder meer is het authentieke dakgebinte uit de dertiende eeuw bewaard gebleven. Van de even verder gelegen abdij Maagdendale is veel minder over, al is er toch nog ruimte genoeg gevonden om er de Koninklijke Tekenacademie te vestigen. Terug over de rivier is het rustig dwalen in het park Liedts dat bij een waterpartij een schitterend op een kasteel gelijkend landhuis te bieden heeft. Op het plein voor het park staat een opvallend torentje. Een begijnhof heeft Oudenaarde ook. Het oudste gebouw dateert uit 1500 en was het woonhuis van de rector, de heer Van de Velde die de pech had door de geuzen in de Schelde te worden verdronken. Daarna is het voornamelijk rustig geweest in het hofje. Nu ook. Twee bewoners kijken me wat verwijtend aan als ik de geveltjes in me op sta te nemen. Dat hebben mensen met huisjes in een hofje wel meer. Ze willen er wel graag wonen, maar wensen niet op tafel gekeken te worden. Dus verwijder ik me snel om niet als een pottenkijker te boek te staan. Het wordt tijd voor een pintje. Waar zag ik net dat leuke uithangbord ook weer, o ja, daar. 't Nat Neusje', dat moet wel een gezellig stamineke zijn. Het is een hondentrimsalon.